Webinar Q&A Cirulaire installaties
Nieuws 21 september 2026

Circulariteit krijgt impuls met de juiste financiële verdienmodellen

Willen we de installatie- en bouwwereld echt circulair maken, dan zijn nieuwe financiële modellen en incentives nodig. Dat was een belangrijke conclusie uit het Q&A-webinar dat de TVVL expertgroep Circulaire Installaties op 9 september organiseerde. De huidige financiële modellen houden nog onvoldoende rekening met de waarde die circulariteit gedurende de levensduur van een gebouw of installatie kan opleveren.

Onder leiding van voorzitter Paul van Dorp deelden Rob van Willigen, adviseur circulaire economie bij DWA, en Jip van Grinsven, partner bij Alba Concepts, hun visie op circulaire verdienmodellen en financiële restwaarde.

Van investering naar waarde over de levensduur

Volgens Van Willigen lopen traditionele financiële modellen steeds vaker tegen hun grenzen aan. Kosten als grondstoffenschaarste, transport, CO₂-uitstoot en afval worden nog onvoldoende meegenomen. Ook de restwaarde van gebouwen, installaties en producten blijft in klassieke businesscases vaak buiten beeld.

Circulaire modellen vragen om een andere benadering: minder nadruk op bezit en meer op gebruik, prestaties en waardebehoud. Denk aan product-as-a-service, pay-per-use, prestatiecontracten, leaseconstructies en terugkoopmodellen.

Daarbij verandert ook de rolverdeling in de keten. Een fabrikant kan bijvoorbeeld eigenaar blijven van een product, terwijl een installateur verantwoordelijk is voor onderhoud en prestaties. Financiers kijken daarbij niet alleen naar de initiële investering, maar naar de total cost of ownership en mogelijke restwaarde.

Restwaarde vraagt om goede data en afspraken

Om circulaire modellen financieel aantrekkelijk te maken, moeten risico’s goed in beeld zijn. Materiaalwaarde, technische veroudering, eigendom, contractuele afspraken en betrouwbare productdata spelen daarbij een belangrijke rol.

Ook losmaakbaarheid is essentieel. Wanneer producten of onderdelen eenvoudig te demonteren en opnieuw te gebruiken zijn, blijft meer waarde behouden. Dat betekent dat circulariteit al bij het ontwerp, de aanbesteding en de exploitatie moet worden meegenomen.

Van Grinsven lichtte tijdens het webinar een methodiek toe waarmee financiële restwaarde kan worden berekend. Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met kwaliteitsverlies, demontagekosten, revisie, transport en opslag. Vooral kwaliteitsreductie en demontagekosten blijken veel invloed te hebben op de uiteindelijke restwaarde.

Lagere afschrijving door restwaarde

Voor organisaties die vastgoed over meerdere jaren afschrijven, zoals gemeenten, waterschappen en andere maatschappelijke vastgoedeigenaren, kan restwaarde een directe financiële incentive opleveren.

Wanneer een gebouw niet naar nul maar naar een bepaalde restwaarde wordt afgeschreven, dalen de jaarlijkse afschrijvingslasten. De financiële ruimte die daardoor ontstaat, kan bijvoorbeeld opnieuw worden ingezet voor verduurzaming, kwaliteit of comfort.

Ook bij vastgoed dat op marktwaarde wordt gewaardeerd, kan circulariteit invloed hebben. Daarbij kan onder andere worden gekeken naar toekomstige kasstromen en de waardeontwikkeling van circulaire gebouwen.

Kansen voor installatiesector

Tijdens de vragenronde werd duidelijk dat juist voor technische installaties losmaakbaarheid een belangrijke randvoorwaarde is voor het behouden van waarde. Producenten en ontwerpers die daar nu al rekening mee houden, kunnen volgens de sprekers een voorsprong opbouwen.

De grootste kansen liggen op dit moment onder meer bij maatschappelijk vastgoed, zoals scholen. Daarnaast zal ook Europese regelgeving circulariteit de komende jaren verder stimuleren.

De centrale boodschap van het webinar: circulariteit wordt pas echt schaalbaar wanneer techniek, financiën en duurzaamheid vanaf het begin met elkaar worden verbonden.

Ook interessant?