Interesse?

Download dan direct de PDF of lees eerst het beknopte overzicht.

Dimensionering energieopwekking ter discussie

Er heerst een algemeen gevoel in het vakgebied dat er te veel vermogen opgesteld wordt voor warmte en koude. Dit artikel geeft een opinirende bijdrage naar aanleiding van een gevoerde discussie op de LinkedIn-group van de TVVL. De volgende ingredinten komen aan bod: huidige rekenmethodes en ervaringen hiermee, de beschikbaarheid van praktijkdata, de gevolgen van overdimensionering, de invloed van het ontwerpproces en een visie op aanpassing van de rekentools.

Mateloze bewondering heb ik altijd voor die kaasboeren. Je staat in de winkel, je vraagt om een pond kaas en vervolgens pakt de kaasboer(in) een soort snijdraad, hij of zij kijkt met een kennersblik naar de kaas, richt, snijdt en weegt. En jawel, precies de hoeveelheid die je gevraagd hebt. Dat is pas vakmanschap. In ons nobele vak van de installatietechniek kunnen we hier alleen maar van dromen. Begin 2013 werd op de LinkedIn-group van de TVVL een discussie opgestart door Jan Grift van Energy Matters met de volgende vraag: Ik kom regelmatig klanten tegen die 1,5 tot 2 keer het gemeten piekvermogen aan warmte en koude hebben geïnstalleerd; ook waar geen redundantie vereist is. Installaties zijn daardoor onnodig duur, draaien inefficiënt en zijn slecht regelbaar. Evalueren installatieadviesbureaus hun berekeningen en passen ze hun berekeningen aan of durven ze niet af te wijken van VABIpakketten en dergelijke? Misschien behoeven de rekenmethodieken aanpassing omdat de energiebalansen van gebouwen aan het schuiven zijn? Wat is jullie ervaring en visie hierover?

Auteur(s): ZuidwestDr.ir. C.J. (Kees) Wisse, DWA

Lees meer in de PDF