Terug naar alle projecten

WEii: nieuwe indicatoren op basis van slimme meterdata

Met slimme meterdata ontstaat een steeds nauwkeuriger beeld van hoe gebouwen werkelijk presteren. Dit project onderzoekt hoe nieuwe WEii-indicatoren die inzichten kunnen vertalen naar praktische stuurinformatie voor de gebouwde omgeving.
weii rekentool

WEii: nieuwe indicatoren op basis van slimme meterdata

Status Dit project is in uitvoering
Expertgroep Klimaattechniek
Datum Initiatief gestart in maart 2026
Van energieverbruik naar prestatie-inzicht

WEii heeft zich ontwikkeld tot de standaard voor het bepalen van de werkelijke energie-efficiëntie van gebouwen op basis van gemeten energiegebruik. De huidige WEii-methodiek biedt een krachtig instrument voor het vergelijken en monitoren van gebouwprestaties. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan meer detailinformatie over hoe gebouwen daadwerkelijk functioneren.

Daarom onderzoekt TVVL samen met DGBC en met de TVVL kennispartners hoe slimme-meterdata en andere intervaldata kunnen worden ingezet voor de ontwikkeling van aanvullende WEii-indicatoren. Deze indicatoren moeten gebouweigenaren, adviseurs, installateurs en beleidsmakers helpen om beter inzicht te krijgen in gebouwprestaties, verduurzamingspotentieel en de relatie tussen gebouwen en het energiesysteem.

Waarom dit project?

Europa beweegt steeds nadrukkelijker richting het beoordelen van gebouwen op basis van gemeten prestaties in plaats van uitsluitend theoretische berekeningen. Binnen verschillende EU-lidstaten en het Verenigd Koninkrijk wordt onderzocht hoe werkelijke energieprestaties kunnen bijdragen aan beter beleid, gerichtere renovaties en een betrouwbaarder beeld van de energieprestatie van gebouwen.

De beschikbaarheid van slimme-meterdata maakt het mogelijk om gebouwen veel nauwkeuriger te analyseren. Daarmee ontstaat inzicht in onderwerpen die met traditionele energieprestatieberekeningen moeilijk zichtbaar zijn, zoals:

  • het werkelijke warmteverlies van gebouwen;
  • de impact van gebruiksgedrag;
  • de bijdrage aan netcongestie;
  • de effecten van energieopslag en flexibiliteit;
  • de relatie tussen energiegebruik en CO₂-uitstoot op verschillende momenten van de dag.
Vier nieuwe WEii-indicatoren

Binnen het project worden vier aanvullende indicatoren onderzocht.

WEii Warmteverlies
Deze indicator richt zich op de energetische kwaliteit van gebouwen op basis van gemeten energiegebruik. Door energieverbruik te koppelen aan buitentemperatuur kan de werkelijke warmteverliesfactor van een gebouw worden bepaald.

Hiermee ontstaat inzicht in:

  • het verduurzamingspotentieel van gebouwen;
  • de effectiviteit van renovatiemaatregelen;
  • de geschiktheid voor lage temperatuurverwarming en warmtepompen;
  • de werkelijke warmtevraag van gebouwen;
  • verschillen tussen berekende en gemeten prestaties.

WEii T (Time of Use)

De CO₂-uitstoot van elektriciteit verschilt per moment van de dag, afhankelijk van het aanbod van duurzame energie. WEii T onderzoekt hoe het tijdstip van energieafname kan worden meegenomen in de beoordeling van gebouwprestaties. Deze indicator kan inzicht geven in de klimaatimpact van energiegebruik en de effecten van bijvoorbeeld batterijen, energieopslag en vraagsturing.

WEiiFlex
Netcongestie vormt een groeiende uitdaging voor de energietransitie. WEiiFlex moet inzicht geven in de mate waarin een gebouw bijdraagt aan of juist helpt bij het verminderen van congestie op het elektriciteitsnet.

Onderzocht wordt onder andere:

  • flexibiliteit van gebouwen;
  • load shifting;
  • inzet van batterijen;
  • benutting van lokaal opgewekte energie;
  • mogelijkheden voor congestiemanagement.

WEii Gebruik

Wet- en regelgeving maakt vaak onderscheid tussen gebouwgebonden en gebruikersgebonden energiegebruik. Dit project onderzoekt of deze twee componenten kunnen worden afgeleid uit intervaldata, zodat beter inzicht ontstaat in de invloed van gebouwprestaties en gebruikersgedrag.

Aanpak

Het project bestaat uit verschillende fasen:

  1. Inventarisatie van bestaande onderzoeken, methodieken en praktijkervaringen.
  2. Ontwikkeling van mogelijke oplossingsrichtingen voor de nieuwe indicatoren.
  3. Expertworkshop met betrokken kennispartners.
  4. Praktijktoetsing bij verschillende gebouwtypen.
  5. Analyse en validatie van de resultaten.
  6. Verwerking van de bevindingen in het WEii-protocol
Samenwerking en beoogd resultaat

Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met DGBC. Daarnaast worden TVVL kennispartners betrokken via een klankbordgroep en expertworkshops. Hierdoor wordt praktijkkennis uit de gebouwde omgeving direct verbonden aan de ontwikkeling van nieuwe indicatoren.

Het project levert kennis en methodiekvorming op waarmee WEii verder kan doorgroeien van een indicator voor energie-efficiëntie naar een breder instrument voor prestatiegericht verduurzamen.

De nieuwe indicatoren moeten bijdragen aan:

  • beter inzicht in de werkelijke prestaties van gebouwen;
  • effectievere renovatie- en verduurzamingsstrategieën;
  • ondersteuning van netbewust bouwen en beheren;
  • verdere professionalisering van prestatiemonitoring;
  • aansluiting op toekomstige Europese ontwikkelingen rondom operationele energieprestaties.

WEii heeft zich ontwikkeld tot de standaard voor het bepalen van de werkelijke energie-efficiëntie van gebouwen op basis van gemeten energiegebruik. De huidige WEii-methodiek biedt een krachtig instrument voor het vergelijken en monitoren van gebouwprestaties. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan meer detailinformatie over hoe gebouwen daadwerkelijk functioneren.

Daarom onderzoekt TVVL samen met DGBC en met de TVVL kennispartners hoe slimme-meterdata en andere intervaldata kunnen worden ingezet voor de ontwikkeling van aanvullende WEii-indicatoren. Deze indicatoren moeten gebouweigenaren, adviseurs, installateurs en beleidsmakers helpen om beter inzicht te krijgen in gebouwprestaties, verduurzamingspotentieel en de relatie tussen gebouwen en het energiesysteem.

Europa beweegt steeds nadrukkelijker richting het beoordelen van gebouwen op basis van gemeten prestaties in plaats van uitsluitend theoretische berekeningen. Binnen verschillende EU-lidstaten en het Verenigd Koninkrijk wordt onderzocht hoe werkelijke energieprestaties kunnen bijdragen aan beter beleid, gerichtere renovaties en een betrouwbaarder beeld van de energieprestatie van gebouwen.

De beschikbaarheid van slimme-meterdata maakt het mogelijk om gebouwen veel nauwkeuriger te analyseren. Daarmee ontstaat inzicht in onderwerpen die met traditionele energieprestatieberekeningen moeilijk zichtbaar zijn, zoals:

  • het werkelijke warmteverlies van gebouwen;
  • de impact van gebruiksgedrag;
  • de bijdrage aan netcongestie;
  • de effecten van energieopslag en flexibiliteit;
  • de relatie tussen energiegebruik en CO₂-uitstoot op verschillende momenten van de dag.

Binnen het project worden vier aanvullende indicatoren onderzocht.

WEii Warmteverlies
Deze indicator richt zich op de energetische kwaliteit van gebouwen op basis van gemeten energiegebruik. Door energieverbruik te koppelen aan buitentemperatuur kan de werkelijke warmteverliesfactor van een gebouw worden bepaald.

Hiermee ontstaat inzicht in:

  • het verduurzamingspotentieel van gebouwen;
  • de effectiviteit van renovatiemaatregelen;
  • de geschiktheid voor lage temperatuurverwarming en warmtepompen;
  • de werkelijke warmtevraag van gebouwen;
  • verschillen tussen berekende en gemeten prestaties.

WEii T (Time of Use)

De CO₂-uitstoot van elektriciteit verschilt per moment van de dag, afhankelijk van het aanbod van duurzame energie. WEii T onderzoekt hoe het tijdstip van energieafname kan worden meegenomen in de beoordeling van gebouwprestaties. Deze indicator kan inzicht geven in de klimaatimpact van energiegebruik en de effecten van bijvoorbeeld batterijen, energieopslag en vraagsturing.

WEiiFlex
Netcongestie vormt een groeiende uitdaging voor de energietransitie. WEiiFlex moet inzicht geven in de mate waarin een gebouw bijdraagt aan of juist helpt bij het verminderen van congestie op het elektriciteitsnet.

Onderzocht wordt onder andere:

  • flexibiliteit van gebouwen;
  • load shifting;
  • inzet van batterijen;
  • benutting van lokaal opgewekte energie;
  • mogelijkheden voor congestiemanagement.

WEii Gebruik

Wet- en regelgeving maakt vaak onderscheid tussen gebouwgebonden en gebruikersgebonden energiegebruik. Dit project onderzoekt of deze twee componenten kunnen worden afgeleid uit intervaldata, zodat beter inzicht ontstaat in de invloed van gebouwprestaties en gebruikersgedrag.

Het project bestaat uit verschillende fasen:

  1. Inventarisatie van bestaande onderzoeken, methodieken en praktijkervaringen.
  2. Ontwikkeling van mogelijke oplossingsrichtingen voor de nieuwe indicatoren.
  3. Expertworkshop met betrokken kennispartners.
  4. Praktijktoetsing bij verschillende gebouwtypen.
  5. Analyse en validatie van de resultaten.
  6. Verwerking van de bevindingen in het WEii-protocol

Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met DGBC. Daarnaast worden TVVL kennispartners betrokken via een klankbordgroep en expertworkshops. Hierdoor wordt praktijkkennis uit de gebouwde omgeving direct verbonden aan de ontwikkeling van nieuwe indicatoren.

Het project levert kennis en methodiekvorming op waarmee WEii verder kan doorgroeien van een indicator voor energie-efficiëntie naar een breder instrument voor prestatiegericht verduurzamen.

De nieuwe indicatoren moeten bijdragen aan:

  • beter inzicht in de werkelijke prestaties van gebouwen;
  • effectievere renovatie- en verduurzamingsstrategieën;
  • ondersteuning van netbewust bouwen en beheren;
  • verdere professionalisering van prestatiemonitoring;
  • aansluiting op toekomstige Europese ontwikkelingen rondom operationele energieprestaties.

Dit project wordt ondersteund door de TVVL Kennispartners

Grundfos_Logo - TVVL Techniekdag 2025 - Bedrijvenmarkt